Dat een kunstenaar geïnspireerd kan raken door een overweldigend berglandschap waarbij de bergwanden hun hele scala aan aardkleuren openleggen, hoeft geen verbazing te wekken. Charles Popelier beseft als geen ander dat hij in zijn werk niet de concurrentie met de natuur moet aangaan. Toch weet hij de materie in zijn schilderijen zodanig te kiezen dat een sterke associatie met de aarde in al zijn facetten, ruig maar ook idyllisch, wordt opgeroepen.

Charles Popelier werd in 1955 in Mönchengladbach geboren en begon op veertienjarige leeftijd als woningstoffeerder in de woninginrichtingzaak van zijn opa te werken. In 1982 maakte Popelier de overstap naar de kunstacademie in Den Bosch.
In de zaak van zijn opa leerde hij behangen, een vaardigheid die zijn artistieke werk later mede bepaald heeft. Bij het behangen wordt eerst het oude behang afgescheurd en komt datgene wat lange tijd verborgen was, tevoorschijn. Dat blijken niet alleen oude kranten te zijn. Delen van de geschiedenis van vroegere bewoners zijn als het ware ‘achter het behang geplakt’. Ook de aardkorst vertoont zo op verschillende plaatsen in de wereld lagen die zich in de tijd hebben gevormd. Hierdoor geïnspireerd, bouwt Popelier met zijn vaardigheid als behanger zijn landschapschilderijen.
Popelier heeft veel gereisd. De Pyreneeën en het ruige landschap bij de Rio Tinto in Zuid-Spanje hebben hem in hoge mate geïnspireerd. Toch hoeft hij niet zo nodig meer naar Spanje. Spanje is een droombeeld geworden. Gedichten en geschriften over het land roepen bij hem associaties op met zijn ervaringen in het verleden, die hij nu in zijn werken verbeeldt.